Posts tonen met het label ontwikkelingshulp. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ontwikkelingshulp. Alle posts tonen

15.9.09

Home Sweet Home




Nou dat was ‘m dan. Mijn reis zit erop! Iets eerder dan gepland maar niet minder uitgerekend laat ik 7,5 maand in Zuid-Oost Azie achter me. Tijdens mijn laatste busrit van Sihanoukville naar Phnom Penh kon ik me het moment herinneren, zes maanden geleden, dat ik ook in de bus zat door Cambodja crossend en me bedacht dat dit Azie mijn thuis zou worden voor de komende 6 maanden (toen nog 7 trouwens). Dat moment leek voorheen zo ver weg maar voelde nu als de dag van gisteren. Ik zie het moment weer voor me, zwaar bepakt en bezakt, dat ik op Schiphol afscheid neem van familie en vrienden. Ik herbeleef de vastberadenheid waarmee ik, licht sentimenteel, door de douane stap niet wetend wat me allemaal te wachten zou staan aan de andere kant van de wereld. Maar ik wist toen al dat dit een belangrijke reis voor me zou gaan worden. Nu, enkele maanden later, ben ik blij dat ik deze stap heb gezet.



Ik ben dankbaar dat ik de kans heb gehad (zeker omdat je dit niet zo makkelijk meer kunt doen zonder dat je een specifieke skill of toepassing komt brengen, en terecht!) om te kijken hoe ontwikkelingswerk in elkaar zit; wat de valkuilen zijn, wat er nodig is, hoe de samenwerking met Westerse donoren verloopt en hoe lokale mensen en organisaties hiermee omgaan. Ik heb ontzettend mazzel gehad met de mensen die ik ben tegen gekomen, zij hebben me veel geleerd en hebben veel deuren voor me geopend. Als ik bedenk dat ik zonder uitgebreid plan, zonder filmervaring zoveel heb mogen meelopen en doen dan voel ik me zeker bevoorrecht!
Enigzins versteld ben ik wel dat ik een misschien iets te ambitieus plan (een documentaire wordt doorgaans gemaakt met ten minste een director/interviewer, cameraman en audio engineer zoals jullie misschien allang weten maar ik nog niet) toch zo goed en zo kwaad (gelukkig kunnen vrouwen multi-tasken) heb weten uit te voeren en dat ik mensen om me heen heb weten te overtuigen van mijn ideeen. En ondanks dat ik soms enigszins stuntelig overkom met het filmwerk ("kunnen we alsjeblieft nog een keertje een interview doen want je bent tijdens het interview anders gaan staan en bij gebrek aan cameraman ben je vanaf de 2e minuut maar voor de helft in beeld"......een van de vele voorbeelden....) denk ik dat ik al veel meer uit deze reis heb gehaald dan ik ooit had kunnen vermoeden.



Ik heb daarbij gelachen, gehuild, gezweet (met peentjes), gevierd, gevloekt, gevoeld, geluisterd, gepraat, gekeken, gedacht, geholpen, geduld getoond, geenthousiasmeerd, gedaan, gezongen (met zuivere stem!!), gedanst, gefietst, genomen, gegeven, gebudgeteerd, genoten, geen reet gedaan, gepresteerd, gepresenteerd, geleerd…..



Over leren gesproken, volgens mij heb ik hier pas echt leren Leren: het onderzoeken van iets, weten wat het inhoudt en in welke context dit kan worden gezet. Ik heb me weer opgeworpen als brugpieper op zowel filmgebied als NGO werk en me meerdere malen dusdanig verzwolgen gevoeld onder de enorme information overload dat ik het liefste huilend naar huis had willen vliegen (wat in de brugklas ook niet ondenkbaar was). In mijn optiek hadden ze ontwikkelingswerk beter ingewikkeldwerk kunnen noemen. Totdat ik hier weer de theorieen van Maslow en Tuckman, voor de insiders, uit mijn geheugen opviste en die toepasten op mijn filmproject bij M’lop Tapang was ik ronduit vergeten dat ik een universitaire titel op zak heb en zodoende toch iets kon bijdragen aan het veelomvattende werk dat hier gedaan wordt.


Op filmgebied heb ik ook de nodige kennis opgedaan. Zo kreeg ik een audio engineer in mijn schoot geworpen bij Don Bosco, waar ik de eerste stappen heb gezet naar begrip van het technische gedeelte (niet mijn sterkste kant overigens) en het controleren van interviews heb kunnen oefenen. In Vietnam heb ik me kunnen richten op guerilla filmen, wat zoveel inhoudt als pakken wat je pakken kan; de actie van het moment zo goed als dat gaat proberen vast te leggen. Je kunt een chirurg nou eenmaal niet vragen te wachten met snijden of dichtnaaien totdat jij je focus en exposure heb ingesteld. Bij M’lop Tapang tenslotte heb ik deze twee kunnen combineren, met een gedeelte wat zich er op dat moment voor je lens afspeelt en een gedeelte met een iets gecontroleerder script. Een van de uitdagingen hierbij was de taalbarriere. In de meeste gevallen kon ik een tolk ter plekke laten vertalen, maar met het belabberde niveau Engels dat ze spraken was het best lastig om bepaalde vragen beantwoord te krijgen. Ook omdat ze dit soort vragen waarschijnlijk nog nooit hadden bedacht of beantwoord. Persoonlijke ontwikkeling is in Cambodja namelijk ondergeschikt aan sociale cohesie, waardoor je antwoorden kan verwachten waar de sociale wenselijkheid van afdruipt. Om dan door te vragen zonder dat je daarbij een beerput van emoties en ideeen opentrekt, wat bij gebrek aan aanwezige psychologen tijdens het interview (dan tel ik mezelf niet dus) niet pedagogisch verantwoord is, is best een lastige opgave. Desondanks kon ik met mijn aanpak het vertrouwen winnen van de jongeren en zodoende toch wat persoonlijke verhalen lospeuteren.


Die aanpak baseerde ik vooral op het principe dat Connie Palmen noemt in een van haar boeken: “naiviteit is een journalistieke truuk”. Die naiviteit was voor mij niet moeilijk om aan te wenden, aangezien iedereen dacht dat ik 20 was (wat ik maar opvat als een compliment aangezien je als Aziatische vrouw al afgeschreven bent op je 26e). Wat ik daarvan weer heb geleerd is dat nederigheid loont en kan helpen bij het begrip van situaties en mensen. Dat ga ik waarschijnlijk ook merken als ik weer terug ben in Amsterdam en mijn plannen voor de komende tijd ga uitvoeren. In ieder geval weet ik nu beter wat die plannen zijn en deze reis heeft me laten zien dat ik vooral het pad moet blijven volgen dat ik voor mezelf voor ogen heb. Dus lieve mensen, bedankt dat jullie me hebben gevolgd tijdens mijn reis en ik hoop jullie snel weer te zien in Amsterdamske!!


Liefs een Verheugde Viv

17.8.09

It's showtime!







Terug op het strand van Sihanoukville kom ik vandaag een meisje en haar vader tegen. De vader houdt zijn pet op met zijn rechterarm, aangezien zijn linkerarm tot boven de elleboog geamputeerd is. Ik vraag wat er is gebeurd en hij vertelt dat hij met een landmijn in aanraking is gekomen. Op dit strand is dit geen ongewoon gezicht, je kan zomaar twee handen vol (in ons geval) van dit soort mannen van middelbare leeftijd langs zien schuiven (letterlijk). Zij kunnen niet veel anders dan bedelen, want een normale, vaak fysiek zware baan, is voor hen onmogelijk en op overheidssteun hoeven ze al helemaal niet te rekenen. Vandaar dat ik een kleine financiele bijdrage in de pet stop en nog wat verder met ze babbel. Het meisje is 3 jaar, gaat hij door, en zij moeten het met zn tweeen rooien. Moeders is eerder ook in aanraking gekomen met een landmijn, maar zij heeft dit ongeval niet overleefd. Ondertussen bied ik ze wat popcorn –een lief gebaar van de ober- en wat te drinken aan. De kleinste van het stel valt daarop gretig aan in de bak met ontplofte maiskorrels (excuses voor de ongepaste vergelijking). Vaders staat vertederd naar haar te kijken en, ondanks dat hij ook reuze honger heft volgens mij, laat haar zich de popcorn tegoed doen. Ongelooflijk dat deze man, die zowel zijn linkerarm als zijn vrouw aan de nog steeds actieve maar onmogelijk te traceren landmijnen is verloren, nog steeds sterk blijft voor hem en zijn dochter en haar het beste gunt. Dan pakt zij een handvol popcorn en gebaart haar vader dat hij zijn hand uit moet steken. Gehoorzaam volgt hij het bevel van zijn dochter op en krijgt wat witte vlokken in zijn hand gedrukt. Dankbaar begint hij ook aan het bioscoopvoer. Ze kijken elkaar aan en ze lachen naar elkaar. Het lijkt alsof ze, ondanks hun onfortuinlijke situatie, toch blij zijn dat ze in ieder geval elkaar nog hebben en voor elkaar kunnen zorgen.



Dit is ook het uitgangspunt van M’lop Tapang, de organisatie waar ik afgelopen twee weken heb doorgebracht. Zij richten zich op straatkinderen in Sihanoukville en proberen via een uitgebreid en veelomvattend programma straatkinderen weer te herenigen met hun families en betere levensomstandigheden voor ze te creeeren. Na een positief gesprek met Maggie, een van de weinige buitenlandse medewerkers (het is een lokale NGO) hebben we besloten dat ik een groep jonge vrijwilligers, voormalige straatkinderen, ga volgen tijdens een training waarbij ze andere straatkinderen in de slums informeren over gezondheid, hygiene en attitude. De vrijwilligers zelf werken ook aan hun personal development en krijgen tijdens de training verschillende interactieve oefeningen voorgeschoteld die ze met zichbaar plezier uitvoeren. De kinderen in de sloppenwijken reageren heel enthousiast op deze groep, die met een zelfgeproduceerd toneelstukje de kleintjes nuttige informatie bijbrengt. Vervolgens gaan de vrijwilligers met bezem en mand het onvoorstelbare gebergte afval te lijf die in en rond het center ligt verspreid. Er komt wel wat vooruitgang in deze gebieden door de komst van elektriciteit en water, maar zolang er niets gedaan wordt aan de attitude ten opzichte van hun leefomgeving blijven deze plekken een broedplaats voor infecties en armoede. Het beuwst maken van de kinderen in deze wijken gaat daar hopelijk verandering in brengen in de toekomst. Het zien van jonge vrijwilligers die op deze manier iets terugdoen voor hun community is daarbij een uiterst inspirerend gezicht. Dat kan ik op mijn beurt hopelijk weer overbrengen met dit filmpje.



Tevens heb ik het voorrecht om bij het Art Center te filmen hoe jonge straatkinderen allerlei creatieve activiteiten uitvoeren. Doel is vooral expressive van de kleintjes, maar ze worden ook gestimuleerd om de activiteiten te koppelen aan hun persoonlijke ontwikkeling. De vooruitgang die ze boeken met oefenen, moet hun zelfvertrouwen opbouwen en hun concentratie bevorderen. Voor kinderen hier, die vaak niet eens naar het reguliere onderwijs gaan, kan dit een belangrijke ondersteuning zijn in hun ontwikkeling. Hoogtepunt was een optreden/concert die ze afgelopen zaterdag gaven voor familie en andere geinteresseerden. Alle inspanningen van de koters werden rijkelijk beloond door laaiend enthousiaste reacties bij het publiek. Ik kwam gelukkig net op tijd binnen bij deze organisatie om deze show mee te kunnen maken. De komende twee weken ga ik verder filmen, daarna wordt het waarschijnlijk weekje Bangkok (een visa-run zoals dat heet) en dan laatste dingetje afhandelen voordat ik me weer richting Amsterdam begeef. Het is nog maar een maandje, maar van de laatste zes weken heb ik in ieder geval een goed begin gemaakt. En dat is het halve werk zeggen ze….

31.7.09

Afscheid nemen bestaat niet...







Met een laatste tocht naar Ha Giang afgelopen weekend laat ik nu drie maanden filmen bij operatieprojecten achter me. Een laatste blik op patientjes, die drie weken eerder zijn geopereerd, om te controleren of alle wonden goed geheeld zijn, of er nieuw gips kan worden aangebracht en of de conditie van de kleintjes goed genoeg is om op eigen kracht (thuis) verder te kunnen herstellen. Beetje vreemd was het wel om de laatste minuten van de laatste tape te zien ingaan. Nog bevestigender was het toen Jo en ik afscheid moesten nemen van Mr An, Vietnamese coordinator van de projecten, die achterbleef voor andere werkzaamheden. Deze kerel heeft vele deuren geopend voor mij, en voor mijn camera. Hierdoor heb ik vele nieuwe inzichten gekregen, zowel op het vlak van de lokale structuren als op het vlak van ontwikkelingssamenwerking. Ik mag alles nog eens dunnetje overdoen in de montagekamer, waar ik ga proberen een zo compleet mogelijke indruk te geven van wat ik allemaal gezien heb afgelopen tijd. Mocht ik daarmee onverhoopt op de Oscars terecht komen, dan wil ik bij deze vast wat mensen bedanken die bij hebben gedragen aan de onvergetelijke tijd die ik heb gehad:

- Jo, voorzitter van CSVN
- Myrna, voor de inspirerende drie maanden dat ik in haar huis heb mogen wonen
- Mr An, voor zijn kennis, passie en gedrevenheid
- Phuong, voor de reisadviezen tussendoor
- De dokters, voor het meekijken over hun schouder en de gezelligheid tussendoor
- De chauffeurs, voor het (op hun manier) veilig rondrijden van Hanoi naar project

Wat ik verder ga missen van Vietnam? De noedelsoepjes (Pho voor de insiders) in de morgen, de fantastische berglandschappen, de kleurrijke minorities, de kids van de operatieweken, de Highlands caramel cheesecake/ chocolate cointreau cake (sorry, kan niet kiezen) en de iced cappuccino’s, de wekelijkse manicures/pedicures, het fietsen door Hanoi, sticky rice, Bia Tuoi, en ik vergeet vast nog een paar dingen maar die vertel ik wel als ik terug ben…..

Bij het achterlaten van iets ga je meestal tegelijkertijd iets nieuws tegemoet. In mijn geval is dat een nieuw avontuur bij een andere organisatie dan Don Bosco, waar ik het eerste gedeelte van mijn videoproject heb doorgebracht. Door enkele veranderingen in het medewerkersbestand van Don Bosco, een bijbehorende video/audio studio die volledig tot de grond toe is afgebrand door een blikseminslag afgelopen mei (toen ik net weer naar Vietnam was vertrokken) en een netwerkfunctie van oud-medewerkers zijn mijn naam en project terecht gekomen bij een organisatie die zich bezighoudt met creatieve therapie om getraumatiseerde straatkinderen hun zelfrespect en zelfvertrouwen terug te geven. Toeval treft dat dit net die organisatie betreft waar ik bij de grote zus heb gesolliciteerd voor een baan net voordat ik deze reis ging maken. Zou wel grappig zijn als ik hier uiteindelijk mijn reis kan afsluiten…..

Toen ik in het vliegtuig zat naar Bangkok, en naar Phnom Penh kreeg ik even de impressie dat ik weer op het vliegtuig was gestapt naar huis. Naar Amsterdam. Ik heb de afgelopen tijd zoveel meegemaakt en ervaren dat ik het niet eens erg zou vinden om weer op Schiphol te landen. Maar ik was blij dat die tiid nog niet was aangebroken, toen ik in de tuktuk op weg was naar Phnom Penh city. Om me heen zag ik zoveel lachende gezichten, zoveel levensenergie dat er vanzelf een brede glimlach op mn gezicht verscheen. Ik zakte achterover en liet al die vriendelijkheid over me heenkomen, en bedacht me dat er altijd wel een tijd komt om naar huis te gaan, maar dat er maar eenmaal een tijd is om hier van te genieten. En dat is precies wat ik de komende 6 weken ga doen.

22.5.09

What's up Doc?







De eerste dag. Screening van potentiele patientjes voor operatie. Om acht uur scherp stonden er rijen dik te wachten voor de onderzoekskamers waar de artsen zich hadden genesteld. Ouders blij dat ze er waren, kinderen die liever ergens anders zouden willen zijn. Ik had ervoor gekozen om direct achter mijn camera te kruipen en zo de omgeving te verkennen. Ik ken mezelf namelijk: als ik eerst een persoonlijke band met ze ga opbouwen dan vind ik het heel moeilijk om daarna een camera onder hun snufferd te schuiven. Ouders lieten me gelukkig mijn gang gaan omdat ze niet wisten waar ik mee bezig was en omdat iemand in een dokterspakje en camera, microfoon en koptelefoon waarschijnlijk snel respect afdwingt. Met alle pracht en praal van de minorities -pardon; etnische minderheden- was het een kleurrijke omgeving om te filmen. Naast het fascinerende exterieur kon ik makkelijk blikken van wanhoop vs hoop, angst vs moed, onzekerheid vs determinisme, bezorgdheid vs troost en spanning vs acceptatie vangen. Compleet gebiologeerd door deze natuurlijke acteurs die op hetzelfde moment zowel kracht als kwetsbaarheid kunnen uitstralen. Ik heb ook zeker geluk gehad met filmen, want soms liepen de mensen gewoon zo mn beeld binnen en deden precies wat ik had gehoopt waardoor shots vanzelf ontstonden. Dit maakte de vaak ongemakkelijke posities waarin ik me manouvreerde meer dan waard.

De vermomming als Vietnamese journalist ging me een tijd lang prima af, totdat sommige mensen die ik filmde me vragen gingen stellen. In het Vietnamees. Een uitleg geven, in het Vietnamees, was natuurlijk geen optie dus ik moest een andere manier vinden om te communiceren. Niet toevallig dat ik problemen heb met mijn stembanden want de gebarentaal die ik, bij compleet gebrek aan stem, mezelf heb moeten aanleren kwam nu verdraaid goed van pas. Omdat ik niet bang ben om mezelf met een of andere flauwe grap voor lul te zetten werd ik een soort Cliniclown van de afdeling. Echter niet alleen voor de kinderen, maar zeker ook voor de ouders. Een grapje was voor hun even een afleiding van de zorgen die ze hadden. Mijn camera werd al gauw verheven van UFO (Unidentified Filming Object) tot homevideotool waardoor er hele andere plaatjes op mijn lens verschenen. Lachende ouders die hun nog steeds beduusde kinderen naar de camera lieten zwaaien (die kinderen zijn daarmee allemaal goed afgericht trouwens). Geluk, hoop en liefde alom, wat als een vreugdevirus de rest van de recoveryroom besmette. Wat een grapje allemaal niet kan uitmaken....

Naast de ouders en de kids heb ik ook de artsen op de voet gevolgd. Zelfs tot in de operatiekamer. Dat was echt een belevenis! Ik heb dikwijls een o.k. van binnen gezien, maar altijd als degene die onder het mes moest. Dit keer mocht ik upclose en personal ervaren hoe een operatie werd uitgevoerd. Ik had alle vrijheid om te gaan en staan waar ik wilde en ik heb zeker van deze mogelijkheid gebruikt gemaakt door vanuit alle mogelijke hoeken en denkbare posities mee te kijken. En hoewel ik soms met afschuw naar het bloederige tafereel op de operatietafel keek, voelde ik me enorm bevoorrecht dat ik dit op deze manier heb kunnen meemaken. En aan het einde van de operaties keek ik altijd tegen een waar kunststukje vlees aan. In totaal heb ik 3 dagen gefilmd in de o.k., elke dag met een andere missie. Wat me verbaasde overigens want de geur van bloed vermengd met chemicalien is ronduit misselijkmakend. Gelukkig werd er onder de artsen flink wat afgelachen, wat naast de opperste concentratie in de kamer een prettige bijkomstigheid was. Het is wel fantastisch wat deze chirurgen neer weten te zetten. Enkele keren per jaar in verschillende bergprovincies 90 tot 190 patientjes opereren in enkele dagen. En dat naast hun normale baan. Zij verdienen het zeker om in de schijnwerpers te staan!

Grappige alleen was dat ze, zodra ik de camera op hun richtte, ze veranderden van praatjesmakers in verlegen jongetjes. Dit in tegenstelling tot de patienten in het ziekenhuis, die totaal niet cameraschuw waren. Er waren ook momenten dat ik vanachter mijn beeldscherm vandaan kwam. Dat was op momenten dat ik contact had met de patienten op de operatietafel. Bij de operatie van bijvoorbeeld klompvoeten en brandwonden worden patienten namelijk alleen plaatselijk verdoofd, waardoor ze de hele operatie (grotendeels) bewust meemaken. Ik kon soms niet geloven dat ik oogcontact had met iemand alsof ik die op straat tegenkwam, terwijl slechts enkele centimeters verder de voet of arm openlag. Heel onwerkelijk. Maar terwijl de chirurgen druk bezig waren om de boel aan elkaar te naaien, was er niemand die ook maar even bij de patient -nota bene een kind!!- ging checken. Vaak waren ze bang en lagen ze stilletjes te huilen. Het raakte me enorm dat ze zo alleen en hulpeloos op die tafel lagen en dan is het niet moeilijk om de camera naast je neer te leggen en naar ze toe te gaan. Een simpele vraag (Ben je ok? Heb je pijn?) of hun hand vasthouden en bij ze blijven was al voldoende om ze even iets minder alleen te laten voelen. Uit de glimlach die ze me gaven kon ik opmaken dat ze dit wel konden waarderen. Ik denk wel dat dit het meest aangrijpende is dat ik uit de o.k. heb meegenomen. Later zag ik ze dan weer in de recoveryroom, waar ze me al tegemoet kwamen met dezelfde glimlach. Goud waard.

Nu zijn we aan het einde van de eerste operatieweek wat me een memorabele ervaring, kennismaking met een prachtteam en veel filmmateriaal heeft opgeleverd. Vanavond keren de artsen en ik met de nachttrein terug naar Hanoi, waar ik blijf tot de volgende trip naar het verre Noorden. En met 11 volgeschoten tapes zal ik me zeker niet vervelen.....

15.5.09

Hoog in de bergen





Vietnam en Cambodja, klinkt heel extotisch. Voor het grootste gedeelte van mijn reis was dat het ook. Net voordat ik vertrok uit het kletsnatte en ijskoude Nederland had ik de weersverwachting in Vietnam gecheckt, met 15 graden Celcius een tegenvallend vooruitzicht. Ik dus met twee T-shirts, een dikke trui, een vest en een sjaal het vliegtuig in gestapt. Was natuurlijk zweten met peentjes toen bleek dat eenmaal aangekomen het niet 15 maar 25 graden was, met de zon hoog aan de strakblauwe hemel. En dat was nog maar het begin, want mjn reis naar het zuiden was zo ongeveer te vergelijken met een afdaling in een snelkookpan. In Cambodja heb ik temperaturen van rond de 40 graden mogen meemaken, waardoor ik besloot dat het onzin was om mijn backpack op te zadelen met 'lange' kledingstukken.


Nu heb ik daar echter alweer spijt van. Op het moment ben ik in Sapa, een berggebied met oneindige rijstterassen en een kleurrijke lokale bevolking. Tussen alle ski-jacks, bodywarmers en wollen sokken kom ik er bekaaid vanaf met mijn H&M vestje en driekwart joggingbroek. Mijn vingers en tenen voelen weer aan als in Nederland, toen ze in een permanente ijstijd verbleven. Een voordeel van de frisse omstandigheden hier: de rode wijn is perfect op temperatuur! En na een paar glazen beginnen mijn vingers en tenen vanzelf weer op te warmen. Dat is niet zozeer prettig als noodzakelijk, want ik moet me namelijk warmmaken voor mijn volgende avontuur: het filmen van de activiteiten en ervaringen van alle betrokkenen rondom de operatie van gehandicapte kinderen uit de noordelijke berggebieden van Vietnam. Zo, dat dekt de lading wel zo'n beetje. De filmbeelden zijn bedoeld voor Child Surgery Vienam (CSVN), die deze operaties alsmede de bijkomende kosten van transport, voedsel en verblijf financiert. Met NoBEL hebben we eerder in Nederland een reclamecampagne voor CSVN op poten gezet wat o.a. geleid heeft tot capriolen op festivals (julie herinneren je Handicapje vast nog wel) en een hele heisa rondom een broodadvertentie (maar he, middelen heiligen het doel nietwaar?!).


Anyway, als je dan toch met een videocamera op stap gaat, dan kan je net zo goed proberen een interessant verhaal te vertellen. Dit klinkt helaas eenvoudiger dan het is. Want hoe goed je je ook kunt voorbereiden op filmtechnisch gebied, je voorbereiden op ontmoetingen met soms zwaar verminkte kinderen is hele andere koek (tenzij je als bijbaantje bij het bandwonden centrum hebt gewerkt) . Zoals ik in een vorige blog heb verteld, kan een camera voor enorme afstand zorgen, ook al ben je fysiek nog zo dichtbij. Persoonlijk contact is essentieel om zowel de gefilmde op zijn/haar gemak te stellen alsmede voor mij om aan de handicap te wennen. Op deze manier hoop ik niet alleen de handicap te filmen, maar ook de persoon achter de handicap. En daar zit juist het verhaal. Het verhaal dat ik persoonlijk wil overbrengen. Het verhaal over angst, onzekerheid, moed en doorzettingsvermogen. Speerpunten: persoonlijke ontwikkeling en toekomstperspectief.


Niet om reclame te maken (anders noemen we het gewoon sluikreclame) maar CSVN biedt op dit punt perspectief aan kids die anders een veel beperktere vrijheid zouden hebben, zowel fysiek als mentaal. En ook al vormt CSVN slechts een klein deel van de keten -intensieve en langdurige revalidatie vormt net zo'n belangrijk onderdeel van dit proces- het maakt zich wel hard oor de principes waar ik zelf in geloof en dus kan het op mijn steun rekenen. Ontwikkeling kun je niet afdwingen, maar wel stimuleren. En als ik dat op een of andere manier kan overbrengen, dan ben ik ook een stap dichterbij mezelf.

10.3.09

Aan het werk!





Voor het eerst projecten bezocht! Als startpunt de Don Bosco Technical school en de organisatie New hope for Cambodian Children (NHCC) in Phnom Penh genomen. De Technical school biedt plaats aan 515 studenten die hier een 3- jarige opleiding krijgen in electra, mechanica of printing (zowel papier als computerdesign), vergelijkbaar met ons MBO opleidingsniveau. Ondanks dat ik veel verouderde apparatuur zag, staat de school goed aangeschreven mede dankzij de praktijkgerichte lessen. De studenten, gemiddeld rond de 20 jaar, zijn bezoek door geinteresseerden en sponsoren wel gewend en staan massal op als ik het kaslokaal betreed. Doel van deze opleiding is om jongeren die door geldgebrek nooit de kans hebben gehad om naar school te gaan een gedegen opleiding te bieden zodat ze toch een baan kunnen vinden. Ook al probeert Don Bosco zich op de allerarmsten van de samenleving te richten, dit is niet helemaal de realiteit zo vertelt de oprichter van een ander project. Om in aanmerking te komen voor het Don Bosco programma moeten jongeren namelijk scholing hebben gehad tot aan de 12e klas, anders kunnen ze het niveau niet bijhouden. De allerarmste gezinnen zijn echter niet eens in staat om hun kinderen tot aan de 6e klas naar school te laten gaan, laat staan de basisschool tot aan de 12e klas af te maken. De meeste jongeren die dus wel tot de 12e klas naar school zijn gegaan, behoren dus niet tot de allerarmsten van de samenleving en komen dus niet in aanmerking voor het Don Bosco project. Pater Roel van de Technical school beaamd dit probleem met zijn bevinding dat er dikwijls fraude wordt gepeegd door studenten die zich voordoen als arme provincialen. Je kan je afvragen in hoeverre het verontrustend is dat de iets rijkere Cambodjanen zich proberen te scholen..



Daarentegen helpt het project van John en Kathy Tucker (NHCC) wel de meest kwetsbare groep in de samenleving, namelijk met HIV besmette weeskinderen. In Phnom Penh heb ik een tijdelijke opvang voor de meest zieke kinderen mogen bezoeken. Ik heb een baby in mijn armen gehad die wij kennen uit de reclamefilmpjes van stichting Giro 555. Heel confronterend om te zien dat een dagtour naar een van de vele tempels voor ons een dag extra leven voor zo'n kleintje kan betekenen. Hier krijgt geld ineens een andere betekenis. Als de kleine dan eenmaal op krachten is gekomen dan gaat hij in veel gevallen naar verwandte familie of wordt hij opgevangen in een dorp die de Tuckers speciaal hebben laten bouwen. Momenteel worden er 120 wezen opgevangen . Ze krijgen hier voeding, medicatie, persoonlijke verzorging en schoolbenodigheden. En liefde, van de Heer welteverstaan want het geloof is nog prominent aanwezig bij zowel Don Bosco als deze organisatie. Overal kom je dus crucifixen tegen en word je continue gezegend bij vertrek en aankomst. Ondanks een periode Godsdienaar geweest te zijn (je zou het niet direct verwachten van mij maar ik ben vroeger misdienaar in de Katholieke kerk geweest) voel ik dat het toch niet helemaal mijn stijl is om God overal bij te betrekken. Bovendien heb ik het (geloof ik) zo'n beetje verpest door heel hard "Jesus Christ!!" uit te roepen nadat Kathy me vertelde dat ze die week een 5-jarig meisje dat besmet bleek met HIV uit een bar in Phnom Penh hebben weggehaald en opgevangen. Dus ik berust me maar in de gedachte dat ik deze organisaties niet als onderwerp hoef te gebruiken voor mijn filmproject, maar meer als platform.




Extra argument om organisaties zelf niet te betrekken bij mijn project is dat elke organisatie het beter lijkt te weten. In tegenstelling van wat je zou verwachten van ontwikkelinghulpland, zijn ego en kortzichtigheid onder elke steen te vinden. In gesprek met John Tucker komt naar voren dat een organisatie door welke hij in eerste instantie naar Cambodja is uitgezonden vond dat 400 AIDS wezen wel genoeg was om op te vangen. Wat er met de rest van de wezen gebeurde was niet hun probleem. Dit heeft ertoe geleid dat de Tuckers hun eigen organisatie zijn gestart waarbij zij 4 jaar later in totaal bijna 1000 AIDS wezen ondersteunen en opvangen. En dat geta loopt alleen maar op. Ook geld is een groot probleem bij organisaties. Niet dat er geen genoeg is maar de manier waarop het wordt besteed laat vaak te wensen over. Zo heeft een Duitse organisatie voor 9 miljoen US dollar een ziekenhuis in de provincie laten bouwen onder leiding van een buitenlandse priester op leeftijd. Nadat deze een hartstilstand heeft gehad, kreeg het project ook een hartstilstand omdat de geestelijke daarna in een depressie is geraakt. De plannen voor het verdere traject staan vooralsnog op papier, echter niemand anders is verder verantwoordelijk geweest voor de uitwerking waardoor dit project nu op zn gat ligt. Enige oplossing vanuit John's mogelijkheden wordt afgeslagen door de Duitse organisatie, die het project liever ziet mislukken dan iemand anders daar de credit voor te geven. Nog een voorbeeld: in 2007 heeft John van een grote organisatie toezegging gekregen voor de bouw van 4 nieuwe gebouwen voor de opvang van AIDS wezen. De daadwerkelijke overboeking van het geld liet echter zo lang op zich wachten dat intussen de prijzen voor de bouw verdubbeld waren. John heeft toen maar 2 gebouwen van de beloofde 4 kunnen verwezenlijken wat weer negatieve consequenties heeft voor toekomstige financiering. Wat mij nog het meest verbaasde was dat hij vertelde dat sommige weeshuizen niet eens wezen opvangen. Als er sponsoren of geinteresseerden komen kijken dan 'leent' de directeur kinderen uit omringde dorpen. Die krijgen dan vuile, gescheurde kleding aan en leren een dansje of liedje waarna de opbrengst van vrijgevigen vervolgens in de zak van de directeur verdwijnt. Zo blijkt dat het machtsspelletje aan beide kanten van de ontwikkelingshulp wordt gespeeld en uitgebuit. Niet alleen het ontwikkelingsland maar ook de ontwikkelingsorganisaties zullen hiervoor moeten waken wil het echt een positieve verandering teweegbrengen.